Uitleg · zonnepanelen
Terugleverkosten: wat je leverancier rekent voor je zonnestroom
Terugleverkosten zijn vaste bedragen die de meeste energieleveranciers met een vast of variabel contract rekenen aan klanten met zonnepanelen — bij zo'n 2.400 kWh teruglevering per jaar lopen ze uiteen van ruim €200 tot bijna €400 per jaar, afhankelijk van de leverancier. Ze bestaan zolang er gesaldeerd wordt, en dat betekent ook: per 1 januari 2027 veranderen ze van vorm of verdwijnen ze. De actuele bedragen per leverancier, elk met bron en peildatum, staan in de leverancierstabel.
Waarom ze bestaan
De salderingsregeling verplicht je leverancier om elke kWh die jij teruglevert op jaarbasis weg te strepen tegen een kWh die je afneemt — inclusief energiebelasting en btw. Jij krijgt dus het volle consumententarief voor stroom die de leverancier op de markt maar weinig oplevert: zonnestroom komt massaal binnen op zonnige middagen, precies wanneer de beursprijs laag of zelfs negatief is. Dat verschil is een echte kostenpost, en die verhalen leveranciers sinds een paar jaar rechtstreeks op de mensen die hem veroorzaken: paneelbezitters. Vandaar dat de kosten meegroeien met hoeveel je teruglevert.
De drie rekenmodellen
Leveranciers rekenen niet allemaal hetzelfde. De drie vormen die je op tariefbladen tegenkomt: een staffel (hoe meer kWh teruggeleverd, hoe hoger het vaste bedrag per maand of jaar), een tarief per teruggeleverde kWh (elke kWh kost een paar cent), en een vast bedrag ongeacht volume. Voor een gemiddeld dak met ± 2.400 kWh teruglevering per jaar komen die modellen heel verschillend uit — het verschil tussen de goedkoopste en duurste leverancier is honderden euro's per jaar. Bij een dynamisch contract bestaan vaste terugleverkosten niet: je krijgt per uur de marktprijs voor wat je teruglevert, meestal minus dezelfde opslag die je bij afname betaalt. Let daar wel op uren met negatieve prijzen — dan kost terugleveren geld, ongeacht de leverancier.
Wat er per 1 januari 2027 verandert
De Eerste Kamer nam op 17 december 2024 de Wet beëindiging salderingsregeling aan: salderen stopt op 1 januari 2027, in één keer en zonder afbouwpad. Daarmee vervalt ook de reden voor terugleverkosten — de leverancier hoeft je teruggeleverde stroom dan niet meer tegen het volle tarief te verrekenen. In plaats daarvan krijg je een terugleververgoeding per kWh, met een wettelijke bodem: tot en met 2030 minimaal 50% van het kale leveringstarief, in de praktijk zo'n vijf à zeven cent per kWh. Verwacht dus dat tariefbladen in de loop van 2026 gaan schuiven: terugleverkosten eruit, een (lage) vergoeding erin. Wat dat per saldo voor jou betekent, hangt af van je eigen verbruik en opwek — reken het door met de salderingstool.
Wat je nu kunt doen
Eén: zoek je eigen leverancier op in de vergelijkingstabel en controleer het bedrag op je eigen tariefblad — tarieven wijzigen meerdere keren per jaar en vergelijkers lopen weleens achter. Twee: weeg de terugleverkosten mee in de som van het salderingseinde; het is precies het bedrag dat de salderingstool vraagt. Drie: hoe meer je zelf verbruikt op het moment van opwek, hoe minder je teruglevert — en hoe minder deze hele post ertoe doet. De wasmachine, de boiler of het laden van de auto in de zonne-uren plannen is de goedkoopste remedie.
Peildatum: 12 augustus 2026. Bedragen per leverancier: zie de tabel, elk cijfer met bron en peildatum. Wettelijke basis 2027: Wet beëindiging salderingsregeling, aangenomen 17 december 2024.