Stroomprijs nu — all-in
- Laagste vandaag
- —
- Hoogste vandaag
- —
- Gas nu
- —
- 90-daags gem.
- —
Stroomprijs per uur — vandaag en morgen
All-in consumentenprijs in ct/kWh, inclusief energiebelasting, opslag en btw
Beste momenten in de komende 24 uur
Wat jouw panelen vandaag opwekken
verwachting wordt opgehaald…
Jouw contract
Hiermee wordt de kale beursprijs een prijs die je echt betaalt. Dit is wat de meeste sites weglaten.
Wat de markt de afgelopen 90 dagen deed
- Negatieve uren
- —
- Laagste uur
- —
- Hoogste uur
- —
- Gem. dagspreiding
- —
Hoe de stroomprijs per uur tot stand komt
Elke middag rond 12:00 wordt op de Europese day-ahead-beurs (EPEX Spot) de stroom voor morgen geveild, uur voor uur. Aanbieders zetten hun stroom in oplopende prijs in de rij: zon en wind vrijwel gratis vooraan, gascentrales achteraan. Het duurste ingeschakelde aanbod bepaalt de prijs voor dat uur — daarom is stroom duur op windstille winteravonden en goedkoop op zonnige middagen. De uitslag is rond 15:00 openbaar; dan verschijnen de morgenprijzen ook hier.
Het dagritme in de grafiek hierboven is dan ook geen toeval maar seizoensfysica: een dal midden op de dag wanneer miljoenen zonnepanelen tegelijk leveren, een piek tussen 17:00 en 21:00 wanneer de zon wegvalt terwijl heel Nederland thuiskomt en gaat koken. Wie kán schuiven, schuift zijn verbruik het dal in.
Negatieve prijzen ontstaan als zon en wind samen meer leveren dan het net kwijt kan en centrales niet snel genoeg kunnen afschakelen: producenten betalen dan om van hun stroom af te komen. Voor jou betekent het niet dat je geld toekrijgt — bovenop de kale marktprijs komen altijd nog de opslag van je leverancier, de energiebelasting en de btw. Pas als de kale prijs onder ongeveer −12 cent per kWh zakt, wordt ook de all-in prijs negatief; meestal betekent een "negatief uur" dus gewoon: bijna gratis stroom.
Wat verschuiven oplevert, in eerlijke bedragen. Tussen het goedkoopste en het duurste moment van een dag zit deze zomer gemiddeld grofweg vijftien tot twintig cent per kWh, all-in. Een wasbeurt van één kWh verschuiven is dus centenwerk — leuk, geen vetpot. Een droogbeurt (± 2,5 kWh) scheelt al richting een halve euro, en een auto van bijna leeg naar vol laden (± 40 kWh) is eurowerk: dat kan zes tot acht euro per beurt schelen. Vandaar de volgorde in het advies hierboven: hoe groter de accu of het element, hoe meer de timing loont. En dit alles geldt alleen met een dynamisch contract — met een vast contract betaal je elk uur hetzelfde, .
Rekentool
Wat kost het einde van de salderingsregeling jou?
Vanaf 1 januari 2027 mag je teruggeleverde stroom niet meer wegstrepen tegen je verbruik. Vul je eigen cijfers in en zie wat er verandert.
Netto energiekosten per jaar — een negatief bedrag betekent dat je geld terugkrijgt
| Direct zelf verbruikt | |
| Teruggeleverd aan het net | |
| Afname van het net | |
| Waarvan nu gesaldeerd |
Waar dat verschil uit bestaat
| Gesaldeerde stroom verliest waarde | |
| Vaste terugleverkosten van je leverancier | |
| Samen per jaar slechter af |
Wat er op 1 januari 2027 precies verandert
Salderen bestaat sinds 2004 en is in de kern een gunst: elke kWh die je zonnepanelen aan het net terugleveren, wordt op jaarbasis weggestreept tegen een kWh die je afneemt — inclusief energiebelasting en btw. Het net werkt zo als een gratis, verliesvrije batterij. Die regeling stopt: de Eerste Kamer nam op 17 december 2024 de Wet beëindiging salderingsregeling aan, en anders dan in eerdere plannen is er géén afbouwpad — salderen stopt op 1 januari 2027 in één keer.
Wat ervoor in de plaats komt. Vanaf 2027 krijg je voor teruggeleverde stroom een vergoeding van je leverancier. De wet stelt daar een bodem in: tot en met 2030 minimaal 50% van het kale leveringstarief — het tarief zonder energiebelasting en btw. In de praktijk is dat een cent of vijf à zeven per kWh, waar een zelf verbruikte kWh je een cent of negenentwintig bespaart. Dat gat van ruwweg een factor vier tot vijf ís het hele verhaal van deze rekentool. De vaste terugleverkosten die veel leveranciers nu rekenen, verdwijnen of veranderen dan van vorm: die bestonden juist omdat salderen de leverancier geld kostte.
Drie knoppen om aan te draaien. De uitkomst hierboven valt in twee delen, en dat onderscheid is je actieplan. Het grootste deel is gemiste opbrengst: stroom die je opwekt maar niet zelf gebruikt. Daar helpt alles wat je verbruik naar de zonne-uren schuift — de vaatwasser om 13:00 in plaats van 19:00, de auto overdag laden, een boiler of thuisbatterij die de middagzon vasthoudt. Een gemiddeld huishouden verbruikt nu zo'n 30% van de eigen opwek direct; elke tien procentpunt erbij scheelt tientallen euro's per jaar. Het kleinere deel zijn echte nieuwe kosten; daar helpt alleen een scherpe contractkeuze — .
En nee, je panelen worden geen miskoop. Ook zonder saldering levert elke zelf verbruikte kWh de volle stroomprijs op en elke teruggeleverde kWh nog altijd geld. De terugverdientijd schuift op, maar panelen gaan 25 jaar mee en blijven daarmee een van de weinige investeringen in huis die zichzelf ruimschoots terugbetalen. Panelen weghalen of een aanschaf afblazen vanwege 2027 is vrijwel altijd de verkeerde conclusie uit de juiste som.
Rekentool
Thuisbatterij — terugverdientijd op échte uurprijzen
Geen jaargemiddelde, maar de werkelijke uurprijzen van de afgelopen 90 dagen. Voor elke dag wordt gerekend met de goedkoopste laaduren en de duurste ontlaaduren, inclusief het rendementsverlies en de energiebelasting die je over verloren kWh's tóch betaalt.
| Handelswinst op prijsverschillen | |
| Meer eigen zonnestroom gebruiken | |
| Totale opbrengst per jaar |
Dagelijkse prijsspreiding, 90 echte dagen
Verschil tussen de duurste en goedkoopste uren van elke dag — dit is waar een batterij van leeft
Waar een thuisbatterij zijn geld verdient — en waar niet
Een thuisbatterij heeft drie verdienmodellen. Eén: handelen op het prijsverschil — goedkoop laden in het middagdal, ontladen in de avondpiek. Dat is wat deze tool doorrekent, op echte uurprijzen. Twee: je eigen zonnestroom vasthouden tot de avond. Zolang er gesaldeerd wordt is dat niets waard — het net doet het gratis — maar vanaf 2027 wordt dit juist de hoofdmoot: elke opgeslagen kWh spaart je dan de volle stroomprijs uit in plaats van de karige terugleververgoeding. Drie: de onbalansmarkt, waarbij een slimme aansturing je batterij verhuurt aan het elektriciteitsnet. Dat kan honderden euro's per jaar extra opleveren, maar de opbrengst is niet gegarandeerd, verschilt sterk per aanbieder en vergt een dynamisch contract plus een platform dat de knoppen overneemt — daarom rekent deze tool het bewust niet mee. Zie het als mogelijke bonus, niet als fundament.
Wat een batterij kost. Reken in 2026 op grofweg € 600 tot € 1.200 per kWh opslagcapaciteit, inclusief installatie; een systeem van 10 kWh komt daarmee op zo'n € 5.500 tot € 8.500. Sinds 1 januari 2026 geldt bovendien 0% btw wanneer de batterij tegelijk mét zonnepanelen wordt geïnstalleerd; een los geplaatste batterij valt onder het gewone tarief van 21%. Die voorwaarde maakt het combineren van beide aankopen ineens een serieuze rekensom — en de regeling staat politiek nog ter discussie, dus controleer de actuele stand bij de Belastingdienst voordat je tekent.
Wat er stilletjes aan de opbrengst knaagt. Van elke kWh die je oplaadt komt er na omzettingsverliezen zo'n 85 à 95% weer uit — en over de verloren kWh's heb je wél energiebelasting betaald; deze tool rekent dat mee. Batterijcellen slijten per laadcyclus: moderne LFP-batterijen halen duizenden cycli en fabrikanten garanderen doorgaans tien jaar, maar wie op grote prijsverschillen twee cycli per dag draait, slijt ook twee keer zo hard. En de zomercijfers hierboven vleien: het archief onder deze tool groeit elke dag, en pas met een winter erin is het oordeel compleet.
De eerlijke samenvatting: op zomerse handel alleen verdient een batterij zichzelf zelden terug. Het echte rekenwerk begint bij wat jij kwijtraakt als de saldering stopt — , en zie de batterij als het gereedschap dat die gemiste opbrengst terughaalt.
Rekentool
Wat leveren jouw zonnepanelen op?
Gerekend met opbrengstcijfers uit PVGIS, het rekenmodel van het Joint Research Centre van de Europese Commissie, voor Midden-Nederland.
Verwachte opbrengst
- Waarde in 2026
- —
- Waarde in 2027
- —
- Verschil
- —
- t.o.v. optimaal
- —
Hoe je deze cijfers gebruikt bij het kiezen van panelen
kWp is de maat, panelen zijn de verpakking. Het vermogen van een installatie wordt uitgedrukt in kilowattpiek: wat de panelen leveren onder standaard testcondities. Een modern paneel zit rond de 450 wattpiek, dus 4 kWp is een stuk of negen panelen. Per kWp oogst een optimaal dak in Midden-Nederland zo'n 1.030 kWh per jaar (PVGIS, zuid, 35°) — de schuif hierboven laat zien wat jouw dakhoek en oriëntatie daarvan overlaten.
De verrassing in de tabel: oriëntatie vergeeft veel. Pal zuid is het maximum, maar oost of west kost geen 50% zoals vaak gedacht — eerder 20%. En na 1 januari 2027 kan een oost-westopstelling zelfs de slimmere keuze zijn: die spreidt de opbrengst over ochtend en middag, precies wanneer je thuis bent en apparaten draaien. Zodra zelf verbruiken vier tot vijf keer meer waard is dan terugleveren — en dat is de wereld na de saldering — telt wanneer je opwekt zwaarder dan hoeveel. Dat is ook waarom het verschil tussen "Waarde in 2026" en "Waarde in 2027" hierboven zo groot is: niet je dak verandert, maar wat een teruggeleverde kWh oplevert.
Wat dit model niet ziet. PVGIS rekent met twintig jaar weerdata voor een onbeschaduwd dak. Een dakkapel, een boom of een schoorsteen die in de winter een rij panelen raakt, drukt de opbrengst harder dan de tabel suggereert — vraag een installateur om een schaduwanalyse op jouw adres. Panelen verouderen daarnaast langzaam: reken op ruwweg een half procent minder opbrengst per jaar; na 25 jaar produceren ze dus nog altijd zo'n 85–90%. En goed om te weten bij de aanschaf: op zonnepanelen voor woningen geldt 0% btw, direct op de factuur, zonder terugvraagformulier.
Twijfel je tussen nu kopen of wachten tot na 2027? De som is minder spannend dan hij lijkt: elke maand mét panelen bespaar je op je rekening, en de regels van 2027 gelden straks voor iedereen — wachten levert geen betere regeling op, alleen minder maanden opbrengst. .
Meldingen
Prijsalarm
Waarom zelf elke dag kijken? Stel één keer in wat jij belangrijk vindt — negatieve prijzen, een uur onder je eigen drempel, of het moment dat de prijzen voor morgen bekend worden — en krijg alleen dán een melding.
Voorbeeldmeldingen
De melding noemt de aanleiding, nooit het hele antwoord — jouw beste moment staat hier, met het plan eromheen.
Rekentool
Vast of dynamisch — wat had je écht betaald?
Niet wat een leverancier belooft, maar wat de markt daadwerkelijk deed. Gerekend over 91 echte dagen, uur voor uur, met jouw eigen verbruiksprofiel.
| Gemiddelde dynamische prijs bij jouw profiel | |
| Zelfde markt, maar gelijkmatig verbruik | |
| Wat je avondpiek je kost |
Gemiddelde prijs per uur van de dag
Over 91 dagen. Dit is waarom het uitmaakt wánneer je verbruikt.
Voor wie dynamisch past — en voor wie niet
Er zijn drie smaken energiecontract. Vast: één prijs voor één of meer jaren — de leverancier neemt het prijsrisico over en rekent daar een risicopremie voor. Variabel: de leverancier past de prijs periodiek aan; je loopt de markt met vertraging achterna. Dynamisch: je betaalt elk uur de beursprijs plus een vaste, transparante opslag — het risico is van jou, de risicopremie vervalt. De backtest hierboven laat zien wat dat verschil de afgelopen maanden waard was bij jouw profiel.
Dynamisch loont naarmate je kunt sturen. Wie een elektrische auto, warmtepomp of thuisbatterij heeft, verplaatst met gemak een groot deel van zijn verbruik naar de goedkope uren en pakt zo het volle voordeel. Een huishouden dat vooral 's avonds kookt en verder weinig kán verschuiven, betaalt juist bovengemiddeld vaak de piekuren — de tabel hierboven rekent voor wat die avondpiek kost. En vanaf 2027 komt daar voor zonnepaneelbezitters iets bij: wie zijn eigen opwek slim gebruikt, heeft aan een dynamisch contract een eerlijke meetlat per uur in plaats van één gemiddelde vergoeding.
Het eerlijke risicoverhaal. Gemiddeld was dynamisch de afgelopen periode goedkoper — maar gemiddeld is niet altijd. In de energiecrisis van 2022 explodeerde de beursprijs en zaten mensen met een doorlopend vast contract op fluweel, terwijl dynamische klanten de klap vol meekregen. Zulke winters kunnen terugkomen. De echte vraag is dus niet "wat is goedkoper?" maar "kan ik een dure maand dragen zonder wakker te liggen?" Kun je dat niet, dan is de risicopremie van een vast contract geen weggegooid geld, maar een verzekeringspremie. Wel goed om te weten: een dynamisch contract is maandelijks opzegbaar, terwijl je bij tussentijds vertrek uit een vast contract een opzegvergoeding betaalt.
Wat deze backtest wél en niet bewijst. De berekening gebruikt 91 dagen echte uurprijzen — maar het zijn zomerdagen, met veel zon en zonder vorst. Winters kennen grotere uitschieters naar boven. Het prijsarchief onder deze site groeit elke dag; hoe dichter bij 2027, hoe completer dit antwoord wordt. Tot die tijd zegt de tool het eerlijk als het verschil te klein is om een overstap op te baseren — en wie overstapt: , want daar zit tussen aanbieders tientallen euro's per jaar verschil in.
Vergelijken
Wat rekent jouw energieleverancier?
Iedereen koopt op dezelfde beurs, maar de rekeningen verschillen honderden euro's. Het verschil zit in drie posten die de leverancier zelf bepaalt: de opslag per kWh, de vaste leveringskosten en — voor wie zonnepanelen heeft — de terugleverkosten. Hieronder staan ze naast elkaar, elk cijfer met bron en peildatum.
Dynamische contracten
Wat er bovenop de beursprijs komt · bedragen inclusief btw
| Leverancier | Opslag per kWh | Vast per maand | Teruglevering |
|---|
Vaste en variabele contracten: terugleverkosten
Wat zonnepaneelbezitters extra betalen · referentiepunt ± 2.400 kWh teruglevering per jaar
| Leverancier | Rekenmodel | ± per jaar |
|---|
Hoe je deze tabellen leest
De opslag per kWh is de marge van de leverancier bovenop de kale beursprijs. Het verschil tussen de goedkoopste en duurste opslag hierboven lijkt klein — driekwart cent — maar bij een verbruik van 2.900 kWh per jaar is dat ruim twintig euro, elk jaar. De meeste dynamische leveranciers spiegelen de opslag: wat je bij afname bijbetaalt, wordt bij teruglevering ingehouden.
De vaste leveringskosten betaal je altijd, ook in een maand dat je per saldo niets afneemt. Tussen de goedkoopste en duurste leverancier hierboven zit ruim veertig euro per jaar — vaak een groter verschil dan de opslag maakt.
Terugleverkosten bestaan alleen bij vaste en variabele contracten, en dat is geen toeval: zolang je saldeert, kost elke teruggeleverde kWh de leverancier geld, en dat verhalen ze via een staffel of een tarief per kWh. Vanaf 1 januari 2027 stopt de saldering en zullen deze bedragen veranderen of verdwijnen — in ruil voor een (veel) lagere vergoeding per teruggeleverde kWh. Wie nu al veel teruglevert, betaalt bij de duurste leverancier hierboven bijna €400 per jaar en bij de goedkoopste ruim €200: alleen al daarom loont het je contract na te kijken.
Waarom deze cijfers kunnen afwijken van wat jij betaalt: leveranciers wijzigen tarieven meerdere keren per jaar, en vergelijkingssites lopen daar soms op achter. Elke rij hierboven draagt daarom een bron en een peildatum, en het eerlijke advies blijft: controleer het tariefblad van je eigen leverancier voordat je beslist. Een cijfer dat je niet kunt herleiden, is geen cijfer.